Terug naar Startpagina
 
Huifkarren in de Middeleeuwen
Huifkarren op Scheveningen
Huifkarren van:
Anoniem
Jacques d'Arthois
Cornelis Beelt
Paul Bril
Pieter Bruegel de Oude
Jan Brueghel de Oude
Jan Brueghel de Jonge
Jan van Goyen
Pauwels van Hillegaert
Hendrick de Meijer
Theobald Michau
Joos de Momper
Frans de Momper
Isaac van Ostade
Salomon van Ruysdael
Jan Steen
Adriaen van de Venne
Overvallen op huifkarren
Pieter de Molijn
Pieter Post
Pieter Snayers
Esaias van de Velde
Sebastiaen Vrancx
 
Links
Over de Website
Contact
 
Wilt u op de hoogte blijven , laat dan hier uw e-mail adres achter.
Uw e-mail adres wordt alleen maar gebruikt om U op de hoogte te stellen van nieuws over plannen voor de herdenking
Mailinglijst
Aanmelden
Afmelden

Vul uw e-mail adres in:


 
   
Met huifkarren reizen in de Gouden 17e Eeuw
 
Huifkar, tentwagen, reiswagen, koets, karos, covered wagon, wagon couvert, planwagen, carro coperto, coche campana, werd het genoemd. Het voertuig, waarmee goederen en reizigers over land door heel Europa werden vervoerd. In Holland werd veel gebruik gemaakt van de waterwegen, maar in de rest van Europa was men vooral aangewezen op het vervoer over landwegen.
In de 17e eeuw bestond het vervoer in Nederland uit paardrijden, reizen met de huifkar en de trekschuit, de zeilboot en de roeiboot. Op het schilderij heeft Salomon van Ruysdael deze 5 vormen van vervoer in beeld gebracht.
 
Te voet, te paard, in een koets of een huifkar kwamen burgers en edelen naar het strand van Scheveningen.
 
Het reizen van en naar steden en dorpen heeft altijd problemen met zich meegebracht, . Het gebrek aan goed begaanbare wegen was aanvankelijk een van de grootste bezwaren. Binnen en direct buiten de steden was wel iets aan wegenaanleg gedaan, maar elders verkeerden de wegen in een bijzonder slechte staat. In de zomer had de reiziger te maken met verstikkende. stoffige wegen en in de herfst en winter met modderig en voor wagens zelfs onbegaanbaar terrein.
 
De oudste gebruikers van het wegennet waren niet alleen de kooplieden, maar ook de stadsbestuurders. De reisfrequentie van bestuurders is vaak zeer hoog geweest. De stadsbode was de stedelijke functionaris die de meeste reizen maakte. Zijn voornaamste taak was het overbrengen van brieven en berichten.
Niet alleen kooplieden en bestuurders, maar ook de zogenoemde vrije beroepen reisden voor hun broodwinning. Tandartsen, narren en straatmuzikanten trokken van jaarmarkt naar jaarmarkt. Maar ook architecten en beeldhouwers gingen van project naar project. De grote geleerden stonden bekend om hun reislust.
Zeker in de middeleeuwen was het geloof een belangrijke reden om te reizen. Bedevaartplaatsen werden op hoogtijdagen overstelpt door pelgrims.
 
Maar reizen was gevaarlijk. Het meest veilige was om in een groep te reizen. Ook het vervoer van goederen vond vaak in konvooi plaats. Struikrovers en bandieten lagen overal op de loer.
 
Vanwege de vele oorlogen waarbij de Verenigde Nederlanden waren betrokken, had de overheid geregeld met een tekort aan geld te kampen. Belastingheffing kon uitkomst bieden. In de 17e eeuw werd besloten om het verkeer, dat al met zeer veel tollen werd geconfronteerd, nog wat verder uit te melken. In 1641 en 1649 besloten de Staten van Holland, Zeeland en Utrecht om imposten (belastingen) op schepen en wagens te gaan heffen. Omdat deze regelingen tevens het 'openbaar vervoer' sterk belemmerden, werden ze vanwege de vele protesten snel weer opgedoekt. Maar ook toen was de overheid niet voor één gat te vangen. In 1671 vonden de nijvere ambtenaren het 'pleziergeld' uit. Dit kostte in de regel alleen de rijkeren geld. Belastingen konden met deze bepalingen allen worden geheven op speeljachten, karossen en koetsen met paarden, voorzover die niet in gebruik waren uit hoofde van beroep of bedrijf. De tarieven konden behoorlijk oplopen. Voor een rijtuig met zes paarden betaalde men bijvoorbeeld in die tijd de lieve som van 100 gulden.
Uit: Steden en hun verleden, Teleac, Utrecht, 1988, blz. 123
 
Bij de viering van 100 jaar Onafhankelijkheid van Nederland in 1913 werd in een historische optocht gebruik gemaakt van een huifkar voor het vervoer van Kloris en Roosje.
 
In de 21e eeuw is tochtjes maken met huifkarren en huifwagens nog steeds in trek in Nederland en België. Links een huifwagen van Stalhouderij Kroon in IJsselmuiden, Nederland en rechts een huifwagen van Trekpaarden De Brabander in Evergem, België.